[Column] Dè es so: Net echt

Nathalie
5 augustus 2018
Toen mijn ouders trouwden, was het niet zomaar een mooie zomerse dag in 1976, maar eentje waarbij het kwik met gemak de 36 graden aantikte. Ik was er ook bij, maar ik kan het niet navertellen. De binnentemperatuur van 37 graden waarin ik lag ingenesteld was ongetwijfeld aangenamer.

Wat ik wél kan, is vertellen hoe ik diezelfde 36 graden recentelijk heb ervaren. Ik weet nu namelijk dat ik het afschuwelijk vind en, mijn Indische roots ten spijt, ik er niet tegen kan. Ik denk dat mijn Indische bloed verdampt bij temperaturen die de Nederlandse 30 graden overstijgen en dat het overblijfsel dat West-Europees heet, niet weet wat het overkomt.

Om het hoofd en de rest van mijn lichaam koel te houden, heb ik van alles geprobeerd. Heb zelfs in het ochtendgloren de voordeur opengezet in een poging om de boel eens lekker te laten doorluchten, totdat ik voetstappen van een ongenode gast, de buurtkat, mijn trap op hoorde trippelen. En om ’s avonds te kunnen inslapen had ik aan iedere voet een koud, nat washandje dat fungeerde als verkoelend sokje en eentje op het voorhoofd als finishing touch.

Overdag probeerde ik zo min mogelijk inspanningen te leveren en bracht ik veelal als een reptiel horizontaal Netflixend op de bank door. Wat kan vakantie toch heerlijk zijn… Na een aantal dagen zo te hebben doorgebracht, was er van een vakantiegevoel nagenoeg niets meer over en was het tijd voor een frisse duik in het Goffertbad.

Aangezien dit bad zich op loopafstand van mijn huis bevindt, was het te overzien qua inspanning. Aangekomen aldaar op zoek naar een schaduwplek viel het al gauw op dat ik niet enige was met dit lumineuze idee. Als een puzzelstukje schoof ik mijn badhanddoek tussen die van mijn medebaders en stalde op de schaarse restruimte mijn overige spullen uit en vleide me neer op mijn zorgvuldig afgebakende territorium.

Ik gaf mijn ogen de kost. Dit bezoekje overtrof het kijken van één Netflixserie. Ik kon namelijk simultaan kijken. Zo viel me direct op dat het gros van de bezoekers meermaals langs was geweest bij een Ink Tattoo Crew. Verder begeleidden twee agenten een vader en zijn zoontje naar de uitgang. De vader uitte op niet mis te verstane wijze zijn ongenoegen en kreeg hierbij bijval van mede-Badrs. Duidelijk een gevalletje van Crossing Lines. Dit alles werd muzikaal ondersteund door verschillende geluidsbronnen die over het terrein schalden.

Tijd voor versnaperingen. In de pauze werd mijn aandacht getrokken door een ‘slechtziende’ moeder die een struik verwarde met een kliko en daar welgemikt haar lege blikje deponeerde. Later zou haar oplettende zoontje dit goede opvoedkundige voorbeeld volgen en hetzelfde doen met een leeg zakje chips.

Nadat ik mijn verbaasde mond weer had gesloten, kwam ik terecht in een aflevering van Narcos. Eén van mijn andere zintuigen, mijn neus, werd getrakteerd op een walm van wiet die zich door mijn longen weer via mijn oren en neusgaten een weg naar buiten baanden. Nog enigszins gedrogeerd door deze gratis traktatie, besloot ik ter verkoeling een duik te nemen in het bad. Ook dit viel niet mee. Ik was minstens één van The Hundred en er waren geen regels omtrent de zwemrichting. Ik voelde me echt Lost. Na zo’n tropische week was ik alles behalve een Designated Survivor. En ik zei nog zo: “Geen bommetje!”

Totaal oververhit door deze verkoelende ervaring, vond ik het welletjes. Opgedroogd door de zon verruilde ik mijn zorgvuldig veroverde ligplek in deze real-life Netflix omgeving weer voor een anticlimax op mijn vertrouwde bank.

Houje!

Meer columns van Nathalie lezen? Lees hier de voorgaande column. 


Dit bericht delen:

Advertenties